h1

“Een eerlijke sportwereld is als Sinterklaas.”

december 31, 2006

Ik had beloofd om mijn opinieartikel van Nederlands hier onder één of andere vorm te publiceren. Wel, hier komt ie dan. Ik denk dat het nogal lang gaat uitvallen, daarvoor mijn verontschuldigingen maar zo’n filetje online zetten vond ik ook maar dom. Commentaar is altijd welkom, maar liefst geen doping debat. Dit was gewoon een opdracht voor het vak Nederlands waar argumentering en onderbouwing centraal stond. Niets meer, niets minder!

Welke sport je ook bekijkt, doping is tegenwoordig niet meer weg te denken. Vele sporters, groot en klein, kwamen al in opspraak. Anderen doen ongestraft verder.
Vooral de wielersport blijkt de laatste jaren de zondebok, maar andere sportdisciplines zijn niet zo heilig als ze er uit zien. Zo gaf de Spaanse overheid enkele maanden geleden nog alle namen van wielrenners vrij die op de lijst-Fuentes stonden, de andere sporten zwijgen ze dood. Maar stilaan komt de molen ook daar op gang, al blijft doping nog vaak een doofpotaffaire.
Doping volledig laten verdwijnen uit de sport is wellicht een illusie dus gaan er regelmatig stemmen op bij sporters en overheden om een gedoogbeleid te voeren om meer overzicht te brengen in het dopinggebruik en clandestiene dopingpraktijken uit de wereld te helpen. Toch is en blijft dopinggebruik bedrog, nultolerantie zou de eerlijkheid in de sport alleen maar vergroten.

Doping staat zowat gelijk aan wedstrijdvervalsing en dat terwijl sporters, naar eigen zeggen, fair play hoog in het vaandel dragen. Vals spelen, in de zin van doping nemen, plaatsen ze dan toch onder een andere noemer.
Jacques Rogge, voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC), doet verwoede pogingen om doping volledig te bannen uit de sportwereld. Helaas is ook hij daarin weinig succesvol. In een interview voor de Gazet van Antwerpen naar aanleiding van zijn verkiezing als IOC-voorzitter enkele jaren geleden, liet hij al optekenen dat doping de geloofwaardigheid van de sport in het gedrang brengt en dat het noodzakelijk is om het zo goed mogelijk te weren en te bestrijden.
Wijlen Erik Rijckaert, voormalig ploegdokter van het Festina-wielerteam, zorgt voor een ander standpunt. Volgens hem is het veel beter om doping toe te laten, weliswaar onder medische controle, omdat het zo gemakkelijker is het overzicht te behouden in het mierennest dat de sportwereld nu is.
Maar naast fair play bestaat er ook nog zoiets als respect. Zowel tegenover medesporters als tegenover jezelf is een portie respect wel op zijn plaats. Dit jaar nog gaven Sam Van Rooy en Michiel Van Aelbroeck, twee zeer getalenteerde en beloftevolle wielrenners, er de brui aan uit respect voor zichzelf. Ze voelden zich niet meer goed bij de huidige situatie. De dopingverhalen die her en der in de pers verschenen, maakten het doorhakken van de knoop alleen maar gemakkelijker.
Nu kan je zeggen dat er al zoveel ongelijkheid is op financieel en materieel vlak, want niet iedereen beschikt over dezelfde middelen. Doping kan er voor zorgen dat er meer gelijkheid is in de sport, het kan de ongelijkheden uitvlakken. Ook het legaliseren van doping, kan zorgen voor meer toegankelijkheid tot het gebruik ervan en vooral een lagere kostprijs, zeker wat betreft gebruik onder medische controle.
Toch zal dit de verschillen niet oplossen. De ongelijkheid zal blijven want niet iedereen kan zich een even goede medische begeleiding veroorloven om doping gecontroleerd te gebruiken. Trouwens, ongelijkheid is niet altijd gelijk aan oneerlijkheid. Talent valt niet te compenseren met het gebruik van doping.

Wie niet wil spelen met zijn gezondheid, blijft ook beter van de doping af. Verhoogde kans op hartinfarcten, impotentie, kanker, het behoort allemaal tot de risico’s van dopinggebruik. Zeker ongecontroleerd gebruik houdt grote gevaren in, kijk maar naar wielrenner Tom Simpson en sprintster Florence Griffith, zij stierven aan het gebruik van doping al dan niet in combinatie met alcohol en zware inspanningen. Een sporter is vaak niet op de hoogte van juiste doseringen of mogelijke bijwerkingen waardoor hij bepaalde risico’s loopt. Een gecontroleerd gebruik onder medische controle zou eventueel wel op zijn plaats zijn, hoewel ook dit zeker niet zonder gevaren is.
Daarnaast is de dopingwereld ook doordrongen van malafide figuren die profiteren van de drang naar succes en prestaties. Zulke figuren maken er vaak een commerciële kwestie van met schandalig hoge kostprijzen. De kwaliteit van hun dopingproducten laat dikwijls te wensen over, waardoor de kans op gezondheidsproblemen nog toeneemt.
Het is een feit dat topsport op zich niet gezond is. Verschillende sporters moeten om de zoveel tijd aan de kant met één of andere blessure en sporters die in topvorm verkeren zijn veel vatbaarder voor banale ziektes als griep of verkoudheden.
Doping zorgt er trouwens voor dat de gezondheid van atleten en andere sporters net op peil blijft na een periode van lange en zware inspanningen, zoals een drie weken durende Ronde van Frankrijk.
Hierbij moet er een belangrijke nuance gemaakt te worden: wat valt er te verstaan onder doping? Er zijn evenveel “gezonde” middelen als schadelijke. De grens tussen medicatie en doping valt nauwelijks te trekken. Zo moest wielrenner Jan Kuyckx vorig jaar een half jaar aan de kant wegens een positieve plas na het gebruik van een ordinaire neusspray tegen verkoudheid en allergie. Uiteindelijk kreeg de renner in kwestie wel de volledige vrijspraak, maar zulke onterechte sancties zorgen ook voor morele problemen bij de personen zelf en hun omkadering.
Zouden duistere figuren verdwijnen bij het legaliseren van doping? Ik denk het niet. Er zullen steeds dokters zijn die van de gelegenheid gebruik maken om “nieuwe” technieken toe te passen met mogelijk grote risico’s voor de gezondheid.

De laatste maanden besteden de media ook meer en meer aandacht aan het gebruik van bloeddoping. Dit houdt in dat bloed wordt afgetapt van de sporter in kwestie om een vorm van bloedarmoede te creëren, de training gaat verder en achteraf krijgt de sporter terug rode bloedcellen toegediend waardoor de zuurstofopname een stuk groter zal zijn. Ook de toekomst ziet er op dat vlak niet rooskleurig uit. In zijn thesis rond “Media en doping”, haalt Brecht Schabregs aan dat: “Binnen enkele tientallen jaren genetisch gemanipuleerde atleten geen uitzonderingen zullen zijn. Dan hebben we heel dit natuurlijk - onnatuurlijk debat al lang achter de rug”. Op dit moment is genetische manipulatie van mensen echter nog verboden, de toekomst zal moeten uitwijzen of dit kan.Er bestaat ook de mogelijkheid om aan elk dopingproduct een markeermolecule vast te hangen en zo het opsporen van dopinggebruik mogelijk te maken. Dit zou echter zorgen voor de onttovering van de sport, de magie zal weg zijn. Niemand wil de schoonheid van de sport in gevaar brengen, iedereen gaat de confrontatie uit te weg.
Volgens Bart Vanreusel, sportsocioloog aan de Katholieke Universiteit van Leuven, lijkt het op Sinterklaas: “Het doet zo’n pijn als je hoort dat hij niet meer bestaat. Wij willen graag in een mooie schone wereld leven, maar dat kan niet en we willen het ook niet echt.” Zodra er een bepaald dopinggebruik toegestaan is, zullen er altijd sporters zijn die de toegestane grenzen zullen overschrijden in een poging de concurrentie een stap voor te zijn
Denken dat er een betere sport zou zijn zonder doping, is wellicht een illusie. Misschien krijgen we er inderdaad geen betere sport door, maar het zou de sportwereld tenminste eerlijker maken. Het kan de geloofwaardigheid van de sport alleen maar verhogen.

We moeten ook opmerken dat het niet enkel de sporters zijn die in de fout gaan. Ook bevoegde instanties als de Fédération Internationale de Football Association (FIFA), het World Anti-Doping Agency (WADA) en zelfs de Koninklijke Belgische Wielrijdersbond (KBWB), dragen hun steentje bij. Zij hebben doorheen de jaren gezorgd voor lijsten met verboden producten, met de bedoeling duidelijk te maken welke producten sporters wel of niet mogen gebruiken. Maar deze lijsten zorgen alleen maar voor meer verwarring. Elke instelling heeft zijn eigen lijst, met zijn eigen verboden producten. Naar eigen zeggen komen deze lijsten voor 95% overeen, maar wat dan met die overige 5%? Daar mag de sporter zelf over oordelen. Met alle gevolgen van dien!
Ook enige consequentie ontbreekt bij deze instellingen. Vaak spreken zij ongelijke straffen uit voor gelijkaardige kwesties.
In 2004 kreeg wielrenner Christophe Brandt volledige vrijspraak voor een minuscule hoeveelheid methadon (een verdovend middel) die in zijn urine werd gevonden. Datzelfde jaar kreeg wielrenner Geert Steurs echter een jaar schorsing wegens de aanwezigheid van een kleine hoeveelheid acetazolamide (een vochtafdrijvende stof) in de urine.
Akkoord, als je van alle producten afblijft, kan je ook niets verkeerd nemen. Maar zoals hierboven al vermeld, kan zelfs de doorsnee neusspray zorgen voor een positieve plas.
Veel van deze producten (methadon en andere varianten) maskeren andere doping producten of dienen als pijnstiller om de pijngrens te verhogen.
Zo deed VLD-senator Jacques Germeaux, die tevens arts is, enkele uitspraken in De Morgen naar aanleiding van het geval Brandt: “Nee, het gebruik van die stof verbaast mij niet. In het wielrennen kan het middel perfect als pijnstiller worden gebruikt.”
Diezelfde Germeaux nuanceerde wel meteen zijn mening over het al dan niet bewust gebruik van verdovende middelen: “Ik ben ervan overtuigd dat die jongen onwetend is.”

Het is daarom de hoogste tijd om eens met iedereen rond te tafel te zitten en na te gaan wat er wel of niet kan gedaan worden om de sport terug zijn aantrekkelijkheid van vroeger terug te geven. Er zullen nog vele toppers van hun sokkel donderen, daar ben ik van overtuigd. Maar misschien kunnen zij dat met wat meer eerlijkheid doen dan hun voorgangers.
Het streven naar een dopingvrije wereld mag een illusie zijn, maar wie denkt de problemen op te lossen met een gecontroleerd gebruik ontbeert alle realiteitszin en spot met de basisprincipes van de sport.
Dat de beste moge winnen!

© Katrien Wittemans

Laat een reactie achter